De tovenaarstoren van Perrimor

Uit Hendrik van Beek Wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
"Ik vind het fijn om de toren te zien; het is alsof hij me volgt. Het voelt alsof hij over ons waakt."
- Dorpeling, De tovenaarstoren van Perrimor


Het kleine dorpje Perrimor licht ten wensten van het bos: het Sudwald. Als je naar het bos kijkt kun je de tovenaarstoren zien, maar als je het bos binnengaat zal je de toren nooit bereiken. De toren lijkt altijd op een andere plaats te staan dan dat je dacht dat deze stond.

Samenvatting

Een man haalt herinneringen op aan de vreemde band die hij en zijn medebewoners van Perrimor hebben met de toren. Dan vertelt hij over een vreemdeling die op een dag door het dorp liep. Normaal gesproken houden de bezoekers een praatje, maar deze vreemdeling liep gewoon door de stad zonder reisuitrusting. Niet eens een mantel of een tas. De vreemdeling liep regelrecht over de zuidelijke weg naar het bos. De man uit Perrimor vroeg de vreemdeling of hij op weg was naar de toren. De vreemdeling was afstandelijk, maar antwoorde. Hij was op weg naar de toren en hij zei zelfs dat hij wist waar hij heen moest, maar dat de zuidelijke weg hem niet naar de toren zou brengen. Toen ging de vreemdeling weg.

De man uit Perrimor schonk niet veel aandacht aan de vreemdeling. De toren trekt veel vreemde mensen aan, maar deze vreemdeling kwam niet terug. De inwoners van Perrimor wachtten en luidden zelfs 's nachts de stadsbel, maar zonder resultaat.

Toen, vijf jaar later, gebeurde het. Toen je op een dag vanuit Perrimor naar het westen keek, kon je de toren niet zien. Hij was weg. Ook kwam er een man uit het bos. Het was de vreemdeling die erin was gegaan en niet terug was gekomen. Maar nu was hij niet meer zo afwezig. Vrolijk begroette hij de dorpeling. Toen de twee praatten, vertelde de dorpeling hem over zijn verdwijning 5 jaar eerder. Radeloos begaf de man zich naar de herberg, terwijl de dorpeling naar het westen keek en probeerde te wennen aan het nieuwe uitzicht.

Perrimor

Perrimor is een klein dorp. Het bestond uit een herberg om onderdak te bieden aan reizigers en enkele boerderijen. Door de jaren heen groeide het door het toerisme. Het Sudwald-bos, ten westen van Perrimor, is vrij vredig. Het herbergt geen grote roofdieren, dus het is veilig voor reizigers of toeristen. De meeste reizigers die naar het het dorp Harlouweren in het westen willen, vertrekken vroeg in de ochtend. De reis duurt de hele dag. Harlouweren ligt een paar uur reizen west van het bos en heeft niet veel baat bij de toren. De Tovenaarstoren laat zich niet zien in het westelijke deel van het bos.

De tovenaarstoren

Door de jaren heen hebben de bewoners aardig wat bezoekers gehad. De meeste waren toeristen, maar sommigen hadden een doel. Ze brachten bijzondere instrumenten en nog uiteenlopende theorieën mee. Hier zijn er een paar:

Kar met touw

Er kwamen wat mensen met een wagen vol touwen naar Perrimor. In het bos spanden ze de touwen in rechte lijnen loodrecht op elkaar. Daarna volgden ze elk een touw terwijl ze elkaar in de gaten hielden. Aan het eind van de dag kwamen ze terug met hun wagen, vrijpostig verkondigend dat ze bewezen hadden dat de toren beweegt. Dit werd al algemeen aanvaard dus ze werden door de taverne uitgejouwd, waarna ze stilletjes gingen. Helaas voor hen wisten ze niet dat ze ook hadden bewezen dat de toren jouzelf niet beweegt. Dat werd opgemerkt door een geleerde die enige tijd later een bezoek bracht.

Paaltjesvrouw

Een vrouw reed ooit een kar vol kleine paaltjes het bos in. Telkens wanneer ze de toren zag, plaatste ze een paaltje in de grond. Op de palen zat een wijzer die naar de toren wees. Ze wilde de plaatsen vastleggen waar de toren te zien zou zijn en misschien patronen vinden. Voordat ze de laatste piketpaal in de grond had gezet, ging ze een paar oude bekijken. Helaas ontdekte ze dat ze geen van allen meer naar de toren wezen. Ze begon toch het pad van de toren te registreren op de kaart, maar zonder duidelijk resultaat. De lijnen op de kaart waren zo willekeurig als een op de grond gevallen draad.

Gehouwen steen

Op een dag kwam een oudere man de Perrimor taverne binnen. Hij was een toerist en had de hele dag door het bos gelopen. Tijdens zijn wandeling was hij op een open plek gekomen met een vierkante steen die gedeeltelijk met mos begroeid was. De man zei dat de steen niet op natuurlijke wijze is gevormd en dat hij met de hand is gevormd. Toen verkondigde de man dat het moest zijn waar ooit de toren had gestaan, of dat dat deel uitmaakte van een ingang. In de weken erna kwamen er andere berichten binnen die juist aangaven dat er niets bijzonders aan de steen was. Toch was er een deel het mos verdwenen van alle handen die de steen hadden aangeraakt, op zoek naar een ingang.

Moghadam's spiegels

Een man met een duidelijk buitenlands uiterlijk kwam naar het dorp. Zijn naam was Kamzu Moghadam en hij leek uit een warmere oord te komen. Hij ging het bos in, gewapend met een spiegel op een stok en een telescoop. Hij plaatste de spiegel in de grond en hield hem schuin totdat hij de toren zag. Vervolgens liep hij achteruit terwijl hij door de telescoop naar de spiegel keek en de toren in het zicht hield. Terwijl hij verschillende keren terug moest lopen om de toren weer in het vizier te krijgen, bereikte Moghadam een andere open plek. Daar zag hij dat de toren in een hele andere richting stond als waar hij hem door de telescoop zag. Hij is de grondlegger van de theorie van 'meerdere torens theorie'. Een van de inwoners van Perrimor verhuurde tot de verdwijning van de toren nog een spiegel op een stok en een telescoop voor bezoekers om Moghadams experiment na te bootsen.

Vuur als oplossing

Er is ook een theorie dat de enige manier om de toren te bereiken is door het oogcontact met de toren niet te verbreken. Als je wegkijkt of een boom je zicht belemmert, kan de toren verdwenen zijn. Een man leerde zichzelf om niet met zijn ogen te knipperen. Vervolgens hield hij zijn ogen op de toren gericht terwijl hij ernaartoe liep. Anderen hakten takken af of trokken struiken opzij. In het begin werkte het, maar uiteindelijk moest hij knipperen. Ze probeerden het opnieuw en nu kreeg hij tranen in zijn ogen. Deze keer struikelde hij en verloor de toren uit het oog. Ze begonnen hele bomen om te hakken, maar ze faalden keer op keer. Laat in de middag, toen ze licht begonnen te verliezen, begonnen ze met vuur om een pad te verbranden. De inwoners van Perrimor renden naar binnen om de branden te blussen en verdreven ze uit het bos. Sommige extremisten zeggen nog steeds dat het afbranden van het bos de enige manier is om bij de toren te komen en ze vinden de bewoners wantrouwend omdat ze dat niet hebben toegestaan.



Terug naar Thollor Rijk / English